



 |
|
|
|
|
|
De finale
Nadat
hij de voorwedstrijden op één been had gewonnen, verloor Willem Van Kerckhove in
de kwartfinales verrassend van André Tempels, die zich de week voordien maar met
de hakken over de sloot had kunnen plaatsen. Ook Martin Bocklandt had aan
Etienne Saey een veel lastiger kandidaat dan hij had gedacht. De derde set won
hij met nauwelijks één enkel puntje verschil. Voor William Pauwels begon het ook
al niet te best; hij zag nieuweling Gilbert Hofman de eerste set pakken. In de
confrontatie tussen de ouwe rotten kon Willy De Volder na een slippertje in de
tweede set, toch Jef Hemelaer uitschakelen.
De eerste halve finale begon op het scherp van de snee. André had een flater van
William nodig om op de valreep de eerste set binnen te rijven. In de tweede set
ging William er echter als een sneltrein vandoor en het stond terug gelijk.
Nadat William in de derde set voor de tweede keer in de match verongelukte in
het chateau was de veer gebroken en kreeg hij in de vierde set nog nauwelijks
kans om te scoren. Op de andere tafel had Martin het knap lastig en zag de
eerste set naar Willy De Volder gaan. In de tweede set kon hij nog orde op zaken
stellen, doch Willy won met zijn gekende verbetenheid sets drie en vier.
In de finale won Willy de eerste set met een straat verschil. In de tweede set
ging het gelijk op tot Willy twee keer zwaar uithaalde en hij op één punt van
winst André voor een schier onoverkomelijke kloof van 12 punten plaatste. André
ging daarop zo zwaar in de verdediging dat hij Willy alle kanten van het biljart
liet zien en de set op de valreep nog kon winnen. De volgende sets speelde André
heel wat voorzichtiger en Willy was er aan voor zijn moeite.
Martin Bocklandt won de strijd om de derde plaats toen William Pauwels in de
laatste beurt crashte in het chateau.
|
 |
|
|